Onbetaalbaar, zeg dat wel

Wednesday 06 March 2013

Is die gevallen B-presentator nu echt zó goedkoop dat-ie z'n have en goed online te koop slingert? Eh.. neen. Bovenstaand winters tafereel vanaf mijn sandelwood tafel is onbetaalbaar (zij het reedsch te koop t.e.a.b., als u tenminste door de ballotage van Huize Zwaanwijck komt). Waar ik het wel over wil hebben is iets nóg onbetaalbaarders dan mijn werkkamer aan de rivier: de blauwe enveloppen in m'n bus. Het is weer aangiftemaand en de vooraanslagen zijn al weer afgeschreven. Fijn moment voor het financiële auteurstrio Martin van Geest, Joost van Kleef en Henk Willem Smits om met een onverbiddelijke bestseller te komen: 'Het Belastingparadijs' Onderregel: 'Waarom niemand hier belasting betaalt - behalve u.' 

Jaja, belastingen. Gaap. Totdat je in het toptarief valt, dan wordt het allemaal net even spannender. Behalve een enkele libertariër moppert er eigenlijk nooit iemand over de heffingen die de Staat bij zijn burgers en bedrijven int, laat staan dat er een diepgravend debat gevoerd wordt of die miljarden eigenlijk doen wat ze moeten doen. Bijvoorbeeld: waarom ongeveer één miljoen zelfstandigen - van eigenaren van grite bedrijven tot zzp'ers - wel meebetalen aan die zogenaamde welvaartsstaat, maar er zelf niet van mogen profiteren. Geen geld bij ziekte, geen ontslagbescherming, geen pensioen - wel lappen. En hoe. Meer dan de helft, als het even kan. Tegen dat onrecht groeit een aanzwellend zij het nog steeds onderhuids oproer. Nederlanders klagen niet graag in het openbaar over de belastingdruk: het is populairder om politiek correct mee te babbelen dat je 'graag!' betaalt. Grootverdieners en Bekende Nederlanders zijn daarnaast bang de toorn van de Fiod te wekken, wat laf is maar begrijpelijk. Het Financieele Dagblad bericht als enige serieus over de Crisisheffing, die gelukkigen met een inkomen boven de €150.000 onevenredig hard raakt (waar de gemiddelde Nederlander één procent plus of min gaat de komende jaren, leveren de betere verdieners alleen al door die Crisisheffing gemiddeld niet dubbeltjes maar zo'n tienduizend euro per hoofd in. Alle linkse politici, vrijwel alle journalisten en sowieso alle cabaretiers/columnisten vinden het kleinzerig dat de rijken dat niet lachend betalen bovenop het internationaal hoge en vooral snel intredende toptarief. Whatever. Ik ga graag in debat met al die progressieve wijsneuzen die altijd heel goed weten wat er met het geld van anderen moet gebeuren.Totdat het bonnetje in de kroeg op de toog verschijnt, dan moeten die zure zûnigerds altijd ineens héél nodig plassen... ) Zoals de verkoopsjef van autobedrijf Kroymans mij afgelopen weekend toevoegde: 'Je zou eens een camera in de showroom moeten zetten, je weet niet wat je hoort. Onze klanten, allemaal ondernemers, zijn het he-le-maal zat, ze keren dit land de rug toe.' Kunt u zeggen: ach ja, Ferrari-rijders zijn net als boeren, die klagen altijd over het onvermijdelijke: het weer, de dood en de fiscus... 

Enfin, gisteren mocht ik in The Grand (een voormalig stadshuis, dat dan gelukkig weer wel) het eerste exemplaar van Het Belastingparadijs in ontvangst nemen. Voor de gelegenheid had ik met enige huisvlijt een viertal blauwe enveloppen geprepareerd, zodat tenminste de auteurs anoniem over straat kunnen. Het Belastingparadijs is een financieel schelmenverhaal dat pijnlijk beschrijft waarom Wij - de kleine mensjes - ons wel blauw betalen en Zij - de multinationals - niets of nauwelijks bijdragen aan de publieke kas. Dat Wij/Zij-denken verraadt onversneden jaloezie, zeker, maar ze hebben wel een punt. Het blijft immers lastig uitleggen waarom bedrijven met miljardenwinsten minder winstbelasting betalen dan de winkelier op de hoek. Ironisch genoeg wordt dit boek van drie (ex) Quote-redacteuren aangegrepen door linkse partijen om Het Grootkapitaal aan te pakken en - liefst - het land uit te jagen. Gaat niet lukken, hopelijk. En als wij Shell, Stabucks, Google of Mick Jagger hun fiscale privileges niet gunnen, zijn voldoende Kanaal- of Kaaimaneilanden om de centen zonnig te stallen.

Belangrijker dan het aanpakken van grote bedrijven, waar de economie links- of rechtsom tóch van profiteert, is het veraangenamen van de fiscale hel waar eenvoudige burgers en (kleine) ondernemers zich in bevinden. Van die domoren van de PVV mag Nederland bij motie geen 'belastingparadijs' meer heten. Simpelweg omdat het dat voor de ingezetenen niet is. Daar heeft de PVV een punt. Maar gaan zij dat binnenhalen? Niet zolang hun eigen achterban gratis in de rij staat voor de wachtkamer van de dokter of het loket van de uitkerings- en subsidie-instanties. Daardoor hebben onze geliefde politici na dertig jaar gekreun over zogenaamde  'bezuinigingen' de begroting nog steeds niet op orde, en geeft de staat nominaal ieder jaar meer miljarden uit. Sterker: ook dit jaar wederom zo'n €20.000.000.000 tekort. En er staat eind dit jaar 447 miljard staatsschuld uit, waarvoor wij vermoedelijk geen Griekse oplossing weten te vinden (lees: niet schelden en kwijt schelden, maar gewoon aflossen). Dat, gevoegd bij het gegeven dat de bovenste tien procent van de inkomenstrekkers zo'n driekwart van de directe belastingen ophoest, maakt dat geen politicus de belasting voor de rijken kan of wil verlagen. Kunnen zij hun lot, à la de ouderen, keren? Neen. Slechts zeven procent van de belastingplichtigen valt in het toptarief (vanaf zo'n 56k belastbaar) en minder dan vijftigduizend landgenoten komt in eervolle aanmerking voor die gehate Crisisheffing. 'Bedrijfsdirecteuren, voetballers en tv-presentatoren', smaalde het even linksliberale als wereldvreemde NRC Handelsblad. Waarmee niet de economische maar wel de eloctorale positie van de grootverdieners is gedefinieerd: quantité négligeable. Zelfs de VVD laat ze barsten, al zult u al die liberale ministers de komende periode horen draaikonten als burgemeesters in oorlogstijd dat het met een nóg linksere regering nóg erger geweest zou zijn. Wat natuurlijk ook zo is. Vandaar: blauwe envelop over de oren trekken en Het Belastingparadijs met rode oortjes lezen. Misschien brengt het u op een ideetje om van de polder naar de palmbomen te komen.